Fedris – preventie-opdracht voor arbeidsongevallen bij ondernemingen

0
300

Om het aantal arbeidsongevallen sterk te doen dalen, wilde de regering de werkgevers meer financieel verantwoordelijk stellen voor preventie. Fedris, het Federaal Agentschap voor Beroepsrisico’s, kreeg daarvoor in 2009 twee bijkomende preventie-opdrachten: het opzetten van een stelsel van premiedifferentiatie en van het zogenaamde stelsel van ondernemingen met een verzwaard risico. Het Rekenhof stelt vast dat de eerste opdracht nooit is gerealiseerd en de mogelijke impact van het stelsel van het verzwaard risico zeer beperkt blijft. De bestaansreden zelf van dat stelsel komt daardoor op de helling te staan.

Sinds de opstart van de beide maatregelen daalde het aantal arbeidsongevallen weliswaar verder, maar de maatregelen hebben daar slechts beperkt toe bijgedragen. Sinds 2014 stagneren de cijfers.

De eerste opdracht, premiedifferentiatie op basis van een bonus-malussysteem, werd niet uitgevoerd, onder meer omdat het uitvoeringsbesluit vernietigd werd. Het Rekenhof beveelt de bevoegde ministers aan om te beslissen of de wettelijke bepaling van premiedifferentiatie gehandhaafd blijft, of een alternatief systeem te overwegen.

De tweede opdracht, het stelsel van ondernemingen met een verzwaard risico, houdt in dat ondernemingen met een hoger risico op arbeidsongevallen een extra preventiebijdrage betalen. Deze opdracht werd beperkt ingevuld doordat maar een klein aantal ondernemingen (200) moet worden geselecteerd (minder dan 0,1 % van het totaal aantal ondernemingen met tewerkstelling in België). Sinds 2015 slaagt Fedris er zelfs niet meer in dat aantal te selecteren. Bovendien zorgen de selectiecriteria ervoor dat Fedris vooral kleine ondernemingen selecteert, terwijl daar minder dan een vijfde van de arbeidsongevallen gebeuren. Belangrijke risicosectoren zoals de uitzendsector of de havenarbeid vallen buiten het stelsel, hoewel er zich daar veel meer zware arbeidsongevallen voordoen.

De verzekeraars waren de voorbije jaren niet in staat om de preventiecontributie voldoende te innen. Voor de periode 2015 tot 2019 betaalde gemiddeld maar 62,2 % van de ondernemingen de contributie; wanneer ondernemingen niet betalen leidt het stelsel van het verzwaard risico niet tot meer preventie. Bovendien is de inningsgraad lager bij hoogrisicosectoren.

De nationale strategie Welzijn op het werk 2016-2020 moest ervoor zorgen dat de FOD WASO en Fedris samen de toepassing van de regelgeving ter voorkoming van ernstige arbeidsongevallen zouden verbeteren. Het samenwerkingsprotocol tussen Fedris en de FOD WASO uit 2020 waarborgt nog onvoldoende onderlinge afstemming, omdat bv. informatie over preventiemaatregelen naar aanleiding van ernstige arbeidsongevallen niet gedigitaliseerd is bij de FOD WASO. Die informatie kan momenteel evenmin rechtstreeks worden gekoppeld met de informatie uit de arbeidsongevallendatabank van Fedris.

De wijzigingen aan het stelsel van het verzwaard risico in 2015 en 2019 verhoogden de doeltreffendheid van het stelsel nog niet voldoende. Het aantal van 200 te selecteren ondernemingen werd niet meer gehaald en de preventie-instituten en de FOD WASO lieten na een meer actieve rol op te nemen.

De recent voorgestelde wijzigingen aan de regelgeving kunnen leiden tot meer geselecteerde ondernemingen en tot een betere inning van de preventiecontributie. De selectiecriteria en het aantal te selecteren ondernemingen wijzigen echter niet substantieel, waardoor de mogelijke impact van het stelsel verzwaard risico op de preventie van arbeidsongevallen zeer beperkt blijft. De bestaansreden zelf van het stelsel komt daardoor op de helling te staan.

Het Rekenhof beveelt de bevoegde ministers en administraties aan om te evalueren of het stelsel van het verzwaard risico effectief leidt tot een daling van het aantal arbeidsongevallen en het stelsel zo nodig te heroverwegen. In afwachting daarvan kan het beheer van dit stelsel worden verbeterd. Zo is het aangewezen arbeidsongevallen in de uitzendsector en bij havenarbeid ook in aanmerking te nemen bij de selectie, en zouden arbeidsongevallen met gedetacheerden minstens gemonitord kunnen worden.

In hun gezamenlijke antwoord geven de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en de minister van Economie en Werk aan hoe ze op basis van de aanbevelingen kunnen komen tot een actieplan.

Vorig artikelMarkt voor tweedehands auto’s in België 2021
Volgend artikelDe verplichtingen van lokale handelaars worden onnodig verzwaard

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in