Pensioenhervorming: naar een duurzaam en billijk pensioenstelsel

0
122

De werkgeversorganisaties binnen de Groep van Tien (VBO, Boerenbond, Unizo en UCM) werden gisteren uitgenodigd door Karine Lalieux, minister van Pensioenen, voor een gedachtewisseling over de pensioenhervorming. In het licht van de langere levensverwachting en een vergrijzende bevolking, riepen ze de minister op het pensioenstelsel duurzaam te hervormen om ervoor te zorgen dat de jongere generaties een pensioenstelsel hebben dat niet alleen financieel houdbaar maar ook billijk is.

De houdbaarheid van ons pensioenstelsel gaat noodzakelijkerwijs gepaard met een hervorming van de arbeidsmarkt. Die moet ervoor zorgen dat we daadwerkelijk evolueren naar een actieve loopbaan tot 67 jaar. Maar dat alleen zal niet voldoende zijn. Het pensioenstelsel zelf moet ook hervormd worden om meer mensen aan de slag te krijgen en de pensioenen betaalbaar te houden.

De werkgeversorganisaties betreuren echter dat de voorstellen die op tafel liggen eerder de neiging hebben om niet-werken waardevoller te maken en de pensioenuitgaven te verhogen. Zo wordt gewezen op de verhoging van de minimumpensioenen (waarover reeds gestemd werd), de vermindering van het aantal jaar dat moet gewerkt worden om recht te hebben op dat minimumpensioen, de versoepeling van de voorwaarden voor vervroegde pensionering en de invoering van een aanvullende regeling voor vervroegde pensionering. Alvorens aan sociale correcties te denken, moet eerst de ruggengraad van het pensioenstelsel verstevigd worden.

Wil het pensioenstelsel werknemers aanmoedigen langer te blijven werken, dan is het volgens de werkgeversorganisaties van essentieel belang dat aan werken een hogere waarde in het pensioenbedrag wordt toegekend. De werkgeversorganisaties roepen daarom op om volgende hefbomen te activeren:

  1. De combinatie van een wettelijk pensioen (1e pijler volgens repartitiesysteem) met een aanvullend pensioen (2e pijler volgens kapitalisatieprincipe) aanmoedigen.
  2. De link tussen werk en pensioen versterken om ervoor te zorgen dat werken meer gewaardeerd wordt ten opzichte van niet-werken.
  3. En ten slotte de individuele werknemers meer responsabiliseren, onder meer door middel van financiële incentives om langer actief te blijven en negatieve prikkels om het vroegtijdig stoppen met werken te ontmoedigen (het pensioenbedrag aanpassen volgens de leeftijd waarop die persoon met pensioen gaat).

Tegelijkertijd is grondig overleg nodig over de ambities van ons hervormd pensioenstelsel (welk minimumpensioen is wenselijk en betaalbaar, hoe moeten de uitkeringen van de gepensioneerden evolueren, hoe en met welke niet-gewerkte periodes moeten we rekening houden, hoe en tot hoever moeten we de drie regelingen op elkaar afstemmen …?). Vervolgens moet de regeling in overeenstemming daarmee worden aangepast om ons stelsel duurzamer en evenwichtiger te maken.

Volgens de werkgeversorganisaties zal de combinatie van die maatregelen leiden tot een duurzaam, homogeen en rechtvaardig pensioenstelsel, wat eventueel zou passen binnen de filosofie van een puntensysteem. Een puntensysteem heeft als voordeel dat het zichzelf reguleert, het corrigeert zichzelf namelijk automatisch afhankelijk van de economische en demografische ontwikkelingen. Kortom, het stelsel blijft werkbaar op lange termijn (op voorwaarde dat met de juiste parameters wordt gewerkt) zonder dat bij elke ontwikkeling nieuwe politieke beslissingen nodig zijn.

Volgend artikelBouwsector – Wijziging KB 213

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here