Deze jonge ondernemers willen kinderen spelenderwijs meer groenten en fruit doen eten: “Onze maaltijdbox is geen einddoel maar een middel”

0
15

Vlnr: FunFoo-founders Martino Palamidese, Arnaud Smits en Boris Verbruggen

‘Eerst je groenten, dan pas een dessert.’ Als het van de jonge founders van FunFoo afhangt, mag dat goedbedoelde pedagogische dreigement binnenkort op de schop. Wat ouders ervoor in de plaats krijgen? Een gezinsmaaltijdbox met een hoge funfactor, die kinderen plezier moet geven in het eten van groenten en fruit. “Dat we wel degelijk impact konden maken op de voedingspatronen van kinderen was de dominosteen die onze onderneming in gang heeft gezet.”

Impact maken op de samenleving

Aan de wieg van health- en foodstart-up FunFoo staan twee begeesterde jongemannen die nog niet doorgewinterd zijn in het geven van interviews. Dus praten West-Vlaming Arnaud Smits (23) en Kempenaar Boris Verbruggen (23) enthousiast en onbevangen over hun eerste boreling als ondernemers. De ene is naar eigen zeggen ambitieus, hardwerkend en een notoir fan van bereide lasagne; de ander is graag onder de mensen, sportief en gefascineerd door eten en nieuwe smaken. Beide aspirant-ondernemers ontmoeten elkaar voor het eerst aan de Antwerp Management School, waar ze een Master in Innovation & Entrepreneurship volgen. Daar treffen ze ook hun derde FunFoorier: Martino Palamidese, 28 jaar, half Italiaans, half Duits, creatieve geest en vegetariër.

We apprecieerden meteen elkaars inzichten en mentaliteit. En misschien is dat wel de belangrijkste voorwaarde om samen te ondernemen

De start van hun verhaal is méér dan een vrijblijvende vriendschap tussen pot en pint, vertellen Smits en Verbruggen. “We apprecieerden meteen elkaars inzichten en mentaliteit. En misschien is dat wel de belangrijkste voorwaarde om samen te ondernemen”, klinkt het. “We waren alle drie heel gedreven om via het ondernemerschap impact te maken op de samenleving. Daar hebben we elkaar echt in gevonden. En we kwamen er vrij snel achter dat we alvast één interesse met elkaar deelden.”

Jong geleerd

Die gezamenlijke interesse luidt: eten. Al hebben ze daar elk een aparte band mee. “Boris en Martino zijn echte foodies die graag allerlei smaken en gerechten ontdekken en waarbij die laatste nog is gepassioneerd is door koken en duurzame voeding”, zegt Smits. “Terwijl ik weleens gefrustreerd raak in mijn eigen eetgewoonten. Ik ben eerlijk gezegd een beetje blijven steken in het voedingspatroon van een eerstejaarsstudent aan de unief: convenient meals met flink wat snelle koolhydraten en calorieën. Die kon ik er vroeger snel af sporten, nu krijg ik het daar toch lastiger mee,” zucht de ondernemer.

Het is absoluut geen verwijt aan zijn ouders, reflecteert Smits, maar wellicht vindt zijn vastgeroeste eetgedrag toch ergens een oorsprong in zijn kinderjaren. “Het avondeten bestond bij ons traditioneel uit een stevige portie aardappelen en een goed stuk vlees. Op zich niets mis mee, maar voor experiment was er niet zoveel plaats aan tafel. Dat heeft mijn eetvoorkeuren toch enigszins beperkt. En eigenlijk is dat iets waar veel kinderen – en bijgevolg ook heel wat volwassenen – mee worstelen: ze zitten vast in een eerder eentonig eetpatroon en lusten maar weinig groenten en fruit.”

Arnaud Smits

Geen wel- of niet-ervaring

Wetenschappelijk onderzoek staaft dat ook, pikt Verbruggen aan. “Uit artikels van de Wereldgezondheidsorganisatie blijkt dat slechts één op de tien kinderen boven de drie jaar oud de vooropgestelde hoeveelheid groenten en fruit eet. 40% van de jonge kinderen eet niet meer dan vijf dagen per week groenten, voor fruit is dat 60%.”

Kinderen hebben spijtig genoeg nog vaak een negatieve perceptie over groenten en fruit”, gaat de ondernemer verder. “Opnieuw, no blame, maar veel ouders houden toch nog vast aan de conservatieve gedachte: niet van tafel zolang er nog iets op het bordje ligt. Of de kids mogen pas een dessert als ze eerst flink hun groentjes hebben opgegeten.”

Alleszins ondervinden veel ouders oprecht moeilijkheden om hun kroost groenten en fruit te doen eten, weten ze bij FunFoo. “Dat kwam ook terug in de feedback die we kregen uit de vele gesprekken met ouders, psychologen en diëtisten. Wat daarin voor ons heel belangrijk was om te horen, is dat ‘iets lusten’ geen wel-of-niet-ervaring is. Er gaat daarentegen een heel proces aan vooraf. Een kind moet tot 15 keer iets proeven vooraleer het effectief iets lust. En als kinderen meer zintuiglijk bezig zijn met eten, als ze bijvoorbeeld eerst de groenten en het fruit kunnen aanraken, eraan ruiken, erover praten terwijl papa of mama aan het koken zijn, dan zijn ze ook meer geneigd om te proeven.”

Spelenderwijs gezond eten

Het brengt de initiatiefnemers van FunFoo op het idee om kinderen al spelend te laten kennismaken met de wereld van gezonde voeding. “Met onze maaltijdboxen willen we een hele ervaring creëren rond groente en fruit, om gezond eten aantrekkelijker te maken voor kinderen. We richten ons op gezinnen met kinderen van 4 tot 7 jaar, waarbij we naast gezonde ingrediënten voor de avondmaaltijd ook leuke en leerrijke activiteiten voorzien, specifiek voor de jongste leden van het gezin.”

“Onze recepten bevatten suggesties en leuke illustraties om kinderen te laten helpen bij het hele kookproces”, legt Verbruggen uit. “We geven ook tips mee voor de ouders hoe ze hun kinderen meer bewust kunnen maken van de voedingswaren die ze op hun bordje krijgen. Daarnaast voorzien we toffe spelletjes over de wereld van gezonde, gevarieerde en duurzame voeding. Ons doel: groente en fruit vanzelfsprekend maken op een leerrijke en speelse manier.”

Impact creëren

Uit de twee pilots die FunFoo de voorbije maanden uitvoerde, blijkt dat 55% van de ouders na enkele weken effectief een verschil ziet in het eetgedrag van hun kinderen. “Dat heeft ons de bevestiging gegeven dat we wel degelijk een impact konden maken op de voedingspatronen van kinderen”, verklaart Smits enthousiast. “Het was met andere woorden de spreekwoordelijke dominosteen die onze onderneming in gang heeft gezet.”

De ‘pain’ was gedetecteerd, de missie duidelijk; de taken konden worden verdeeld. “Dat hebben we uiteindelijk op basis van interesses gedaan, los van opleiding en cv”, vertelt Verbruggen. “Vandaag neemt Arnaud het operationele luik en de onderhandeling met leveranciers voor zijn rekening, Martino bekommert zich over de creatieve zijde en de relaties met graphic designers en illustrators, ikzelf houd me bezig met de customer service, sales en marketing.”

Veel onzekerheid bij de opstart

Het gebrek aan werkervaring was hoe dan ook een uitdaging, vervolgt Verbruggen openhartig. “Je bent volledig op jezelf aangewezen. Dat maakt het tegelijk ook wel heel leuk en spannend. Ik heb de voorbije maanden enorm veel geleerd. Hoe je moet netwerken bijvoorbeeld. Ik heb ondervonden dat je mensen moet durven aanspreken zonder schrik te hebben voor hun reactie, hoe lang ze ook al in het vak zitten. Een nee heb je, een ja kan je krijgen.”

“Er komt sowieso heel wat onzekerheid kijken bij de oprichting van een start-up”, geeft Verbruggen toe, “maar ik had van jongs af al de ambitie om een eigen bedrijfje te hebben. En het geeft best een kick om dat nu al gerealiseerd te zien. Werkt het uiteindelijk toch niet? Dan heb ik hier heel veel uit geleerd en zal ik later ook geen spijt hebben.”

Smits sluit zich bij die gedachte aan: “Ik houd altijd in het achterhoofd: eigenlijk heb ik hier niets te verliezen. Ik heb een mooie academische bagage en doe nu iets wat ik echt graag wil. Dat wil ik in de toekomst ook blijven doen: zélf impact creëren en niet zomaar een schakel zijn binnen een of andere Big Four.”

Competitief voordeel

Momenteel zijn de drie ondernemers meer dan fulltime bezig om op korte termijn met FunFoo te lanceren. “De logistieke uitdaging is nog complex, maar ook daar proberen we naar innovatieve oplossingen te zoeken. We hebben alvast het geluk dat partners makkelijk enthousiast zijn over onze onderneming, juist omdat ons concept en onze missie zo helder is.”

Dat ze met hun maaltijdboxen in een niche opereren, schrikt de jonge starters niet af. Integendeel, ze zien er eerder een competitief voordeel in. “Het hoge percentage drop-outs is een probleem voor de traditionele maaltijdboxindustrie. Veel gebruikers zeggen na verloop van tijd hun abonnement op. Onze box is misschien iets minder convenient dan andere, maar wij hebben wél de kinderen mee in ons verhaal. Door de impact die we bij hen creëren, hopen we dat ook ouders meer bereid zullen zijn om bij ons te blijven.”

Studio 100 achterna

FunFoo heeft een missie op de lange termijn, benadrukken Smits en Verbruggen. “De box is geen einddoel maar een middel. We denken nog aan de organisatie van evenementen rond gezonde voeding, een online platform, digitale spelletjes… (vrolijk) Iets van een mix tussen Studio 100 en de Red Bull events eigenlijk. Want als het lukt om Samsonworst te branden als dé lekkernij voor kinderen, waarom zou dat dan niet lukken met groenten en fruit?” En met een knipoog: “En wij promoten dan nog gezónde voeding.”

“Maar eerlijk,” besluiten de twee, “ergens kijken we wel op naar een bedrijf als Studio 100 dat zoveel magie weet te creëren rond zijn personages en producten. Een muziekband als Spring trekt nu nog een massa volk naar het Sportpaleis. Uit pure nostalgie. Stel je voor dat de kinderen van nu over zoveel jaren voor hún kinderen gaan koken met onze box, omdat het deel uitmaakte van hun eigen jeugd. Hoe crimineel cool zou dat wel niet zijn?”

Bron: Bloovi

Vorig artikelEén op vier Belgen vindt loon niét belangrijkste motivatiebron
Volgend artikelMathieu Eyckmans naar internationale finale Gelato Festival

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here