25,77% meer starters dit voorjaar dan in eerste helft 2020 en 13,93% meer dan midden 2019

0
162

“Wie écht wil starten, laat zich door niets of niemand tegenhouden!”

Tijdens de eerste helft van dit jaar waagden maar liefst 60.111 Belgische starters de sprong naar het ondernemerschap. Dat zijn er een kwart (25,77%) meer dan de (toch nog altijd) 47.793 starters op hetzelfde ogenblik in coronajaar 2020. Minstens even opvallend is evenwel dat het er ook 13,93% meer zijn dan de 52.760 starters tijdens de eerste zes maanden van 2019, toen er van de sanitaire crisis nog totaal geen sprake was. Dat blijkt uit cijfers die UNIZO bij Graydon opvroeg en analyseerde. “Wellicht zitten er bij de starters van dit jaar ook ondernemers die eigenlijk vorig jaar al van wal hadden willen steken, maar toen op pauze hebben gedrukt omwille van corona”, verklaart Danny Van Assche, gedelegeerd bestuurder van UNIZO, voor een deel de bijzonder gunstige score. “Maar ook los daarvan blijft het opmerkelijk dat opnieuw zoveel kandidaten de sprong waagden, terwijl we zeker tijdens de eerste maanden van dit jaar nog in volle crisis zaten en we pas sinds kort geleidelijk uit het dal aan het kruipen zijn. Wie echt wil ondernemen, laat zich duidelijk door niets of niemand tegenhouden. Van zodra er een tikkeltje meer perspectief is, maken ze de klik. Dat bleek trouwens ook al tijdens de tweede helft van 2020, toen we een spectaculaire inhaalbeweging zagen van het aantal starters, ten opzichte van de eerste jaarhelft. Waardoor 2020 uiteindelijk toch opnieuw een recordjaar werd, met net iets meer starters dan in 2019. Als deze trend zich ook dit najaar doorzet, door het verder wegdeemsteren van de coronacrisis, gaan tegen eind 2021 andermaal alle startersrecords sneuvelen.”

Starters per gewest

Bekijken we de cijfers op het niveau van de gewesten, dan zien we wel duidelijke verschillen. Zo noteren Vlaanderen en Wallonië met respectievelijk +27,71% en +27,09% een beduidend grotere toename van het aantal starters ten opzichte van de eerste jaarhelft in 2020 dan het Brussels gewest (+15,11%). Brussel staat in de vergelijking tussen nu en 2019 ook nog als enige op achterstand, met 6,23%  minder starters, terwijl Vlaanderen hier een +17,05% scoort en Wallonië een +6,46%. Wat resulteert in een nationaal positief saldo van +13,93%.

Starters per provincie

Antwerpen blijft in absolute cijfers de provincie met het grootst aantal starters. Maar het zijn vooral de provincies Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen die met scores van respectievelijk +36,27% en +30,68% de grootste relatieve groei optekenen in de vergelijking tussen dit en vorig voorjaar. Ook in de vergelijking met 2019 bijt Vlaams-Brabant de spits af (+24,54%), terwijl het zilver hier andermaal naar Oost-Vlaanderen (+19,35%) gaat en het brons naar Limburg (+18,05%). Alle Vlaamse provincies noteren hier hoe dan ook bijzonder positieve scores.

“Het optimisme en vooral de daadkracht van al deze starters verplicht ons om samen met hen te dromen van – opnieuw – een mooie economische toekomst, en om daar samen hard aan te werken”, besluit Danny Van Assche“Met zoveel nieuw startersbloed bovenop al die veerkrachtige gevestigde ondernemers, is de relance in goede handen.”

Vorig artikelOngeziene grondstofprijzen doen ondernemers pijn: 47% rekent niet door aan klant
Volgend artikelWinkelhieren blijft vooral een fysieke ervaring: 98% kmo-retailers heeft (ook) een “stenen” winkel, slechts 2% verkoopt enkel online

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here