Voka-hoofdeconoom Bart Van Craeynest: Wie zal dat betalen?

0
67

De volgende federale regering zal de eerste stappen moeten zetten naar een aanpak van alle facturen. Dat begint met bedachtzaam om te springen met nieuwe uitgaven. Die moeten vooral gericht zijn op het opkrikken van ons groeipotentieel, zegt Voka-hoofdeconoom Bart Van Craeynest.

Volgens het monitoringcomité klimt het begrotingstekort dit jaar boven 12% van het bbp, het hoogste niveau sinds 1983. Dat klinkt dramatisch, maar hoeft dat niet noodzakelijk te zijn. Een tijdelijk begrotingstekort om de crisis te bezweren zou op zich geen enkel probleem zijn.

Ook na crisis groot tekort
Veel belangrijker is evenwel dat we volgens alle ramingen ook na de crisis met een structureel hoog tekort blijven zitten. Zonder ingrepen blijft dat tekort na 2022 boven 5% van het bbp hangen. Dat komt overeen met zo’n 25 miljard in euro’s van vandaag, en dat dreigt wel een probleem te worden. Bovendien is dat niet de enige factuur die op onze overheden ligt te wachten.

De al lang gekende uitdaging van de vergrijzing komt de komende jaren ook onvermijdelijk door. Die zorgt ervoor dat de jaarlijkse uitgaven voor pensioenen en gezondheidzorg tegen 2040 toenemen met 2,8% van het bbp, of 13 miljard in euro’s van vandaag.

Voor alle duidelijkheid, dat is nog zonder de hogere minimumpensioenen of extra middelen voor de zorg die vandaag uit verschillende hoeken nogal vlot beloofd worden. Het is bovendien een inschatting op basis van vrij optimistische veronderstellingen.

Als we daarnaast een einde willen maken aan de decennialange onderinvesteringen door onze overheden, cynisch genoeg combineert België het op één na hoogste overheidsbeslag van Europa met de opéén na laagste overheidsinvesteringen, zal dat uiteraard ook extra middelen vergen. Om het niveau van jaarlijkse overheidsinvesteringen van toplanden als Zweden en Finland bij te benen, is zo’n 9,5 miljard extra per jaar nodig.

Lijstjes verkiezingsbeloftes

En dan zijn er ook nog de lange lijstjes van verkiezingsbeloftes, waarvan er blijkbaar vandaag nog altijd een paar op tafel liggen. Zo zou de factuur voor een minimumpensioen van 1.500 eurohogere sociale uitkeringen, soepeler vervroegd pensioen en de individualisering van de sociale rechten oplopen tot zo’n 8 miljard.

Samen komen die facturen uit op zo’n 12% van het bbp, of 56 miljard in euro’s van vandaag. Dat is nog zonder de noodzakelijke inspanningen voor de klimaatuitdaging, waarvoor ook middelen voorzien moeten worden. Een structurele uitdaging van die grootteorde is een heel ander verhaal dan een tijdelijk crisistekort.

De volgende federale regering zal op z’n minst de eerste stappen moeten zetten naar een aanpak van die facturen. Dat begint alvast met bedachtzaam om te springen met de plannen voor nieuwe uitgaven. Die moeten vooral gericht zijn op het opkrikken van ons groeipotentieel.

Die groei zullen we nodig hebben om de budgettaire uitdagingen op te vangen. In volle crisis mocht het tekort zeker geen prioriteit zijn, maar dat wil niet zeggen dat onze overheden de budgettaire uitdagingen nu voor jaren kunnen negeren.      

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here